Ga naar hoofdinhoud

Automatisering warmtepomp

Deze automatisering regelt hoe Currentt de warmtepomp beschermt tegen stroompieken en inzet bij zonne-overschot.


📋 Overzicht

Met de warmtepomp-automatisering beschermt Currentt de warmtepomp tegen stroompieken via lastverdeling, en benut de overtollige zonne-energie door de warmtepomp automatisch op een hogere bedrijfsmodus te schakelen.

Warmtepomp-automatisering


🎛️ Mogelijkheden

Warmtepomp

Je kiest welke warmtepomp door de automatisering wordt aangestuurd.

Optioneel stel je een warmtepompmeter in: wanneer het vermogen van de warmtepomp wordt gemeten, kunnen de overschot-opties voor de warmtepomp worden ingeschakeld.

Lastverdeling

Lastverdeling voorkomt het uitschakelen van zekeringen door het vermogen per fase te bewaken en de warmtepomp te blokkeren wanneer de limieten worden overschreden.

  • Lastverdeling inschakelen: Schakelt de warmtepomp uit wanneer het vermogen op een van de fasen die de warmtepomp gebruikt de vermogensgrens overschrijdt.
  • Minimale uitschakelingstijd: Houdt de warmtepomp na een overbelasting een minimale tijd uitgeschakeld voordat herstel wordt toegestaan. Standaard: 10 minuten.
  • Aangepaste piekvermogrens: Wanneer uitgeschakeld, wordt de vermogensgrens afgeleid uit het bereik van de hoofdmeter (PAP). Bij activering stel je in:
    • Maximaal piekvermogen (W): De totale vermogensgrens over alle fasen. Standaard: 10.000 W.

Overschot

Overschotverbruik optimaliseert het gebruik van overtollige PV-productie door de warmtepomp automatisch op hogere bedrijfsmodi te schakelen:

  • Hoge drempelwaarde (W): Overschotvermogen boven deze waarde schakelt de warmtepomp naar de hoge modus. Standaard: 2.000 W.
  • Maximale drempelwaarde (W): Overschotvermogen boven deze waarde schakelt de warmtepomp naar de maximale modus. Standaard: 4.000 W.
  • Berekeningswijze overschot — bepaalt hoe het beschikbare overschot wordt berekend:
    • Totaal: Bereken het overschot door alle fasen bij elkaar op te tellen.
    • Per fase: Bereken het overschot alleen op de fasen waarop de warmtepomp is aangesloten.
  • Hysterese: Verlaagt de uitschakeldrempel met een percentage zodat de warmtepomp niet snel heen en weer schakelt wanneer het overschotvermogen rond een drempelwaarde fluctueert. Bijvoorbeeld: 10% hysterese op een drempel van 2.000 W houdt de hoge modus actief totdat het overschot onder 1.800 W daalt. Standaard: 10%.
  • Vergrendelingstijd: Minimale tijd tussen twee statuswijzigingen. Beschermt de warmtepomp tegen snel schakelen. Standaard: 10 minuten.

📝 Automatiseringen beheren

Automatisering toevoegen

  1. Ga naar Automatiseringen binnen je installatie.
  2. Klik op + om een nieuwe automatisering toe te voegen.
  3. Selecteer als type Warmtepomp en klik op Volgende.
  4. Kies de gewenste warmtepomp. Activeer desgewenst de Warmtepompmeter en selecteer de bijbehorende meter. Klik op Volgende.
  5. Geef de automatisering een herkenbare naam en klik op Volgende.
  6. Stel desgewenst de lastverdeling in en klik op Volgende.
  7. Stel desgewenst het overschotverbruik in met drempelwaarden, berekeningswijze en beschermingsinstellingen.
  8. Klik op + Aanmaken om de automatisering op te slaan.

Automatisering bewerken

Open de betreffende automatisering en pas de gewenste instellingen aan. Elke stap heeft een Opslaan & sluiten-knop waarmee je wijzigingen direct opslaat zonder alle stappen opnieuw te doorlopen.