Ga naar hoofdinhoud

Automatisering overschot

Deze automatisering regelt hoe Currentt overschot van zonne-energie inzet om een actuator aan te sturen.


๐Ÿ“‹ Overzichtโ€‹

Met de overschot-automatisering schakelt Currentt automatisch een actuator in of uit op basis van beschikbaar zonne-overschot. De actuator wordt geactiveerd zodra het overschotvermogen een ingestelde drempel overschrijdt, en gedeactiveerd wanneer het overschot wegvalt.

Let op

Voor de juiste werking van een aantal functionaliteiten, moeten de energietarieven van de betreffende locatie beschikbaar zijn. Zorg er dus voor dat de juiste energietarieven zijn ingevoerd in de Currentt App.

Overschot-automatisering


๐ŸŽ›๏ธ Mogelijkhedenโ€‹

Actuatorโ€‹

Je kiest welke actuator (zoals een EV-lader, warmtepomp of ander apparaat) door de automatisering wordt aangestuurd.

Optioneel stel je een actuatormeter in: de meter die het verbruik van de actuator meet. Hierdoor kan het overschotsysteem de actuator automatisch uitschakelen wanneer er onvoldoende overschot is.

Activatieโ€‹

Je stelt in wanneer de actuator wordt ingeschakeld:

  • Activeringsdrempel (W): Het minimale overschotvermogen dat beschikbaar moet zijn voordat de actuator wordt geactiveerd. Standaard: 100 W.
  • Actieve status: De status die de actuator krijgt wanneer er voldoende overschot beschikbaar is. Standaard: Aan.

Deactivatieโ€‹

Je stelt in wanneer de actuator weer wordt uitgeschakeld:

  • Drempelwaarde deactivering (%): Het percentage van de activeringsdrempel waarbij de actuator wordt uitgeschakeld. Bij een drempelwaarde van 10% en een activeringsdrempel van 100 W wordt de actuator uitgeschakeld zodra het overschot onder 10 W zakt. Standaard: 10%.
  • Inactieve status: De status die de actuator krijgt wanneer er onvoldoende overschot beschikbaar is. Standaard: Uit.

Tijdenโ€‹

Je stelt optioneel tijdsbegrenzingen in om de actuator te beschermen en een minimale werking te garanderen:

  • Vergrendelingstijd van de actuator: Minimale tijd tussen twee statuswisselingen. Beschermt de actuator tegen snel schakelen. Standaard: 10 minuten.
  • Minimale looptijd per dag: Garandeert een minimale looptijd per dag voor de actuator. Stel daarnaast in vรณรณr welk tijdstip deze minimale looptijd bereikt moet zijn. Standaard: 1 uur, gecontroleerd om 00:00.

๐Ÿ“ Automatiseringen beherenโ€‹

Automatisering toevoegenโ€‹

  1. Ga naar Automatiseringen binnen je installatie.
  2. Klik op + om een nieuwe automatisering toe te voegen.
  3. Selecteer als type Overschot en klik op Volgende.
  4. Kies de gewenste actuator. Activeer desgewenst de Actuatormeter en selecteer de bijbehorende meter. Klik op Volgende.
  5. Geef de automatisering een herkenbare naam en klik op Volgende.
  6. Stel de activeringsdrempel en de actieve status in en klik op Volgende.
  7. Stel de drempelwaarde deactivering en de inactieve status in en klik op Volgende.
  8. Stel desgewenst de vergrendelingstijd en de minimale looptijd per dag in.
  9. Klik op + Aanmaken om de automatisering op te slaan.

Automatisering bewerkenโ€‹

Open de betreffende automatisering en pas de gewenste instellingen aan. Elke stap heeft een Opslaan & sluiten-knop waarmee je wijzigingen direct opslaat zonder alle stappen opnieuw te doorlopen.