Ga naar hoofdinhoud

Internetverbinding

De volgende stap is het opzetten van een internetverbinding. Dit kan op twee manieren:

  1. Verbinding via netwerkkabel (geadviseerd)
  2. Verbinding via WiFi

Gebruik bij voorkeur een ethernetkabel om te verbinden met internet. Voor verbinding via WiFi maakt de Navigator een tijdelijk eigen netwerk aan. Via dat netwerk kan het WiFi-netwerk van de klant verbonden worden.


Verbinding via netwerkkabel

Bij voorkeur wordt de Navigator aangesloten op het netwerk met een kabel. In dit geval krijgt de Navigator automatisch een IP adres toegewezen en zal de verbinding in veel gevallen direct werken.

Aansluitschema netwerkkabel

Let op

Indien er niet direct internetverbinding is via de netwerkkabel, kan het zijn dat er restricties zijn op het netwerk, bijvoorbeeld MAC-adres filtering. Deze restricties moeten worden opgeheven door de netwerkbeheerder.


Verbinding via WiFi

Let op

Hiervoor dient de naam van het WiFi netwerk en het WiFi wachtwoord van de klant bekend te zijn.

Wanneer de Navigator niet met een netwerkkabel verbonden is, zal de WiFi configuratiemodus worden gestart. Hierbij maakt de Navigator een eigen tijdelijk WiFi netwerk aan met de naam Currentt.

Door met een telefoon of laptop te verbinden met dit tijdelijke netwerk, verschijnt er een configuratiepagina op de telefoon of laptop waarmee de Navigator kan worden gekoppeld aan het WiFi netwerk van de klant.

Op de configuratiepagina selecteer je het WiFi netwerk van de klant en log je in met het wachtwoord van het WiFi netwerk.

Vervolgens kan met een pincode op de Navigator het WiFi netwerk gekoppeld worden.

WiFi configuratiepagina