P1 meter
Verbind de P1 poort van de slimme meter (PAP) met de bijgeleverde P1-kabel. Gebruik de 2e poort als optionele uitgang of voor een 2e slimme meter (SAP).
Wat zijn PAP en SAP?
Een PAP (Primair Allocatiepunt) is de hoofdmeter van de aansluiting. Elke aansluiting heeft altijd een PAP.
Een SAP (Secundair Allocatiepunt) is een tweede meter op dezelfde aansluiting. Dit is mogelijk via MLOEA (Meerdere Leveranciers Op Eén Aansluiting). Bij MLOEA is er één actieve aansluiting (één keer vastrecht) met twee aparte meetpunten. Elk meetpunt kan een eigen energieleverancier en contract hebben. De hoofdmeter is altijd de PAP. In de Currentt Navigator wordt de hoofdaansluiting weergegeven als PAP.
Aansluitschema enkele meter (PAP)
Bij een installatie met een enkele energiemeter (PAP) dient het volgende installatieschema te worden gerealiseerd.

P1 uitgang voor externe accessoire
Wanneer er geen SAP is aangesloten, fungeert de 2e P1 poort (rechts) als uitgang. Hierop kan een externe P1 accessoire (dongle) worden aangesloten, bijvoorbeeld voor een energiemanager of display van een derde partij. De externe accessoire wordt gevoed door de Currentt Navigator — er is geen aparte voeding nodig.
Aansluitschema dubbele meter (PAP+SAP)
Indien een installatie beschikt over 2 meters en dus 2 allocatiepunten op dezelfde aansluiting (ook wel een MLOEA genoemd) dient het volgende installatieschema te worden gerealiseerd. De Currentt Navigator Pro kan dienen als een intelligente ATS (Automatic Transfer Switch) waarbij verbruikers/opwekkers gewisseld kunnen worden tussen de primaire (PAP) en secundaire (SAP) meter. In dat geval dienen er 2 aparte installatieautomaten (6A is voldoende) te worden geplaatst direct na de meters t.b.v. de aansluiting op de Navigator.

Aansluitschema ATS
Wanneer de Currentt Navigator Pro is aangesloten op een PAP en SAP kan deze dienen als een ATS (Automatic Transfer Switch) waarmee verbruikers/opwekkers gewisseld kunnen worden tussen de primaire (PAP) en secundaire (SAP) meter waarbij de stroomdip zoveel mogelijk wordt beperkt (of in sommige gevallen niet eens aanwezig zal zijn). Dit doet de Navigator door spanning en stroom nauwkeurig te meten en zo op het meest ideale moment om te schakelen. Deze omschakeling wordt gerealiseerd middels magneetschakelaars. De reactietijden van de magneetschakelaars worden meegenomen in de bepaling van het ideale omschakelmoment. De maximaal merkbare spanningsdip is 10ms en valt binnen de geldende immuniteitsnormen voor apparatuur.
